Onder vervoersvoorzieningen vallen diverse producten.
(Rolstoel)taxivervoer (CVV)
Het (rolstoel)taxivervoer wordt in de gemeente Woensdrecht uitgevoerd in de vorm van collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV), ook wel ‘Deeltaxi’ genoemd. Het CVV is in de meeste gevallen een toepasselijke voorziening om aan de ondersteuningsbehoefte van een cliënt te voldoen.
Een cliënt kan bij gebruik van het CVV op twee manieren worden begeleid:
door een sociale begeleider;
door een verplichte begeleider.
De behoefte aan begeleiding vóór of na de rit is geen reden voor verplichte begeleiding in het kader van de Wmo. Een uitzondering op deze regel is iemand die in een zelfstandig wooncomplex woont en niet in staat is om zich zelfstandig van de voordeur van de woning naar de centrale hal te verplaatsen en ditzelfde probleem op plaats van bestemming ondervindt. Deze persoon kan in aanmerking komen voor een indicatie verplichte begeleiding als hij zelf geen maatregelen kan treffen voor deze belemmeringen. Wanneer de cliënt behoefte heeft aan een begeleider na de rit (bijvoorbeeld bij het winkelen), dan is het meenemen van deze zogenaamde sociale begeleider wel mogelijk, maar dan tegen 2x het Wmo-tarief. Indien de cliënt een indicatie heeft voor verplichte begeleiding, is het de cliënt niet toegestaan om zonder begeleiding te reizen (dit zal worden geweigerd door de vervoerder).
Alternatieve vervoersvoorziening
Indien er een medisch onderbouwde reden is voor een contra-indicatie voor het CVV, kan het college een alternatieve vervoersvoorziening verstrekken. Als richtlijn kunnen onderstaande gevallen als contra-indicatie voor het CVV gezien worden:
Sociaal storend gedrag (agressie, onrust, decorumverlies e.d.) dat niet door middel van persoonlijke begeleiding te corrigeren is. Dit betreft met name gevolgen van een handicap die voor medepassagiers storend is. Het betreft hier meer een sociaal-maatschappelijk probleem, met een zeer directe en aanwijsbare medische achtergrond.
(Onbeheersbare) incontinentie voor faeces en/of geuroverlast door faeces of urine.
Medicijngebruik direct noodzakelijk, toe te dienen door een derde.
Aantoonbare fobische klachten die geen behandelingsoptie hebben.
Infectiegevoeligheid indien samen reizen met meerdere personen extra infectiegevaar oplevert welke gezondheidsschade kunnen aanrichten. Criteria kunnen zijn:
Ernstige COPD klachten met recidiverende longontsteking en/of zuurstofgebruik.
Gebruik van cytostatica.
Ernstige aangetoonde bronchiale hyperreactiviteit, waarbij de benauwdheidklachten verergeren door luchtjes van andere passagiers (parfumallergie).
Relatief frequente insulten (meer dan 1 à 2 maal per week) bij optimaal ingestelde epilepsiemedicatie.
Minder dan 1 uur zonder verzorging kunnen reizen (verzorging die niet tijdens de rit geboden kan worden).
Een alternatieve vervoersvoorziening kan worden ingezet als vergoeding voor het rijden in/met een eigen auto.
Aanpassing van de auto
Een cliënt kan in aanmerking komen voor aanpassing van de auto indien CVV of een alternatieve vervoersvoorziening niet voldoende zijn om het gewenste resultaat te bereiken. In dat geval dient de cliënt of iemand in het huishouden over een geldig rijbewijs te beschikken. Het maakt niet uit of de cliënt zelf de auto bestuurt of als passagier wordt vervoerd met de auto.
Een onderscheid wordt gemaakt tussen autofaciliteiten en autoaanpassingen. Autofaciliteiten zijn niet specifiek voor personen met een beperking ontwikkelde voorzieningen, die ook door personen zonder beperkingen worden aangeschaft. Autoaanpassingen zijn specifiek voor personen met een beperking ontwikkeld.
Hulpmiddelen t.b.v. vervoer
Er zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar die een cliënt kunnen ondersteunen in het verplaatsen in zijn/haar directe leefomgeving. Voorbeelden zijn een scootermobiel of een fietsvoorziening.
Hoofdstuk 10.
Artikel 37.