Levensduur woning
Als uit het onderzoek aanpassing van een badkamer of een keuken noodzakelijk blijkt, wordt rekening gehouden met de “algemeen gebruikelijk te achten levensduur van de te vervangen voorziening”. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de afschrijvingstermijnen Beleid huurverhoging na Woonverbetering zoals opgenomen in bijlage 7. De afschrijvingstermijnen zijn richtlijnen, een en ander is mede afhankelijk van de kwaliteit van het materiaal en het uitvoeringsniveau. Als die voorziening deze levensduur heeft bereikt, dan is er sprake van een algemeen gebruikelijke renovatie en dient de cliënt de kosten daarvan zelf te betalen. Als de gebruikelijke levensduur echter nog niet geheel is verstreken, wordt rekening gehouden met de reeds verlopen afschrijvingstermijn. Dat betekent dat naarmate de te vervangen voorziening ouder is, er een korting toegepast wordt:
100% bekostiging indien de te vervangen voorziening ¼ van de afschrijvingstermijn nog niet heeft bereikt met een maximum van 4 jaar;
75% bekostiging indien de te vervangen voorziening ¼ van de afschrijvingstermijn heeft bereikt;
50% bekostiging indien de te vervangen voorziening ½ van de afschrijvingstermijn heeft bereikt;
25% bekostiging indien de te vervangen voorziening ¾ van de afschrijvingstermijn heeft bereikt;
0% bekostiging indien de te vervangen voorziening de afschrijvingstermijn heeft bereikt.
Het gaat in alle gevallen om een vergoeding op het uitvoeringsniveau van sociale woningbouw.
Nieuwbouw/ renovatie vs. bestaande bouw
Bij nieuwbouw of bij vervanging in verband met renovatie, wordt door het college alleen de meerprijs van de aangepaste voorziening ten opzichte van een standaard voorziening vergoed. Hierbij wordt meegewogen wat iemands eigen mogelijkheden zijn om uit oogpunt van kosten zelf in de meerkosten van de voorziening te voorzien.
Bij bestaande bouw zal (indien noodzakelijk) de gehele aan te passen voorziening worden vergoed. Ook het eventueel aanhelen van de vloeraankleding en muurtegels vallen binnen deze vergoeding. Bij het vaststellen van de vergoeding, wordt rekening gehouden met de afschrijving van de te vervangen voorziening.
Voorzieningenniveau
Het uitrustingsniveau in de sociale woningbouw is het uitgangspunt. Dit niveau is vastgesteld in het Bouwbesluit. Woningaanpassingen die op dat uitrustingsniveau worden verstrekt, zijn in beginsel van voldoende kwaliteit. Duurdere of andere woningaanpassingen hoeven niet te worden verstrekt. Geen maatwerkvoorziening wordt toegekend voor zover deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Indien de cliënt een hoger uitrustingsniveau wenst, dient cliënt het verschil zelf te bekostigen. Voorwaarden zijn dan wel dat aan het programma van eisen wordt voldaan, de voorziening adequaat is en van vergelijkbare kwaliteit is als de geïndiceerde voorziening.
Afweging woningaanpassing of verhuizing
Om te kunnen bepalen wat in de situatie van de cliënt de goedkoopst adequate oplossing is met betrekking tot de door hem ervaren belemmeringen in de huidige woning, maakt het college na onderzoek een afweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen naar een geschikte(re) woning anderzijds. Uit het onderzoek van de adviseur zal blijken welke maatwerkvoorziening in de situatie van de cliënt de goedkoopste is om het te bereiken resultaat te behalen.
Het college geeft, indien de noodzaak tot verhuizen aanwezig is, na onderzoek aan de woningcorporatie door naar wat voor een woning de cliënt dient te verhuizen: Wandelstok-icoon, rollator-incoon of rolstoel-icoon. De cliënt kan dan bij de woningcorporatie een verhuisurgentie verkrijgen. Voor het accepteren van de woning, zal de cliënt het college op de hoogte moeten stellen zodat het college kan beoordelen of de woning voldoet aan de gestelde eisen.
Indien een cliënt uit de eigen woningverhuist, dient bij de keuze van de te betrekken woning rekening gehouden te worden met de situatie van de cliënt. Er wordt vanuit gegaan dat de cliënt rekening houdt met zijn beperkingen en te verwachten belemmeringen in de toekomst (voor zover aannemelijk gezien de bestaande aandoeningen). Het college kan, indien gewenst, vooraf ondersteuning bieden om een programma van eisen voor de nieuwe woning op te stellen waar cliënt rekening mee dient te houden bij de keuze voor een medisch gezien geschikte woning.
Losse hulpmiddelen in natura
Losse woonvoorzieningen worden voornamelijk in bruikleen verstrekt. Wanneer na onderzoek blijkt dat een losse woonvoorziening noodzakelijk is, wordt door de adviseur de categorie van de voorziening bepaald (volgens de categorie-indeling zoals afgesproken met de leverancier) en wordt er, indien nodig, een programma van eisen opgesteld. Er wordt een verzoek bij de leverancier ingediend voor passing en selectie van de goedkoopste maatwerkvoorziening gezien de aandoeningen, beperkingen en belemmeringen van de cliënt. Indien er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura is de leverancier vervolgens verantwoordelijk voor het hele vervolgproces, beginnend bij de passing en selectie (technisch) en eindigend bij de inname van de maatwerkvoorziening.
Losse hulpmiddelen middels pgb
Een losse woonvoorziening in pgb wordt eens per zeven jaar verstrekt. Bij een verzoek tot vervanging van de voorziening zal te allen tijde worden beoordeeld of de voorziening technisch en ergonomisch gezien aan vervanging toe is. Het is niet per definitie de bedoeling om een voorziening elke zeven jaar te vervangen.
Rekening houden met mantelzorgers
Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen, houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers/hulpverleners bediend moeten worden.
Hoofdstuk 11.
Artikel 43.