Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.7

Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder g, van de verordening

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent urgentieverklaringen (Beleidsregels urgentieverklaringen Zoetermeer 2019)

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien; de aanvrager bij een huisvestingsprobleem in het verleden, vóór het doen van de aanvraag, met een urgentieverklaring in dezelfde urgentiecategorie is verhuisd naar een andere zelfstandige woonruimte en dit niet tot een oplossing heeft geleid; het huisvestingsprobleem gerelateerd aan onderhoudsproblemen, zoals vocht, tocht óf schimmel; het huisvestingsprobleem gerelateerd is aan een gebrek aan isolatie of beglazing; het huisvestingsprobleem is gerelateerd aan overlast, zoals burenoverlast; bedreiging aan een adres door ex-partner of een familielid de aanleiding is voor het huisvestingsprobleem, in het geval dat het adres van de toekomstige woonruimte naar verwachting ook bekend zal zijn.

Rechtspraak bij dit artikel