Naar hoofdinhoud
1.. Voor subsidie als bedoeld in artikel 2, onder a, komen in aanmerking de kosten voor: waardevermindering van de grond; de taxatie door een onafhankelijke taxateur; de kosten voor het kadastraal recht en het registratierecht; de veiling; de notaris; de inschrijving in de openbare registers; overdrachtsbelasting; BTW, voor zover niet verrekenbaar; bodemonderzoek; Bemiddeling; kosten voor de afkoop van landinrichtingsrente, voorzover niet meegenomen in de waardevermindering als bedoeld onder a; kosten van het opstellen van een controleverklaring door een accountant, indien deze noodzakelijk is voor de verantwoording. 2.. Voor subsidie als bedoeld in artikel 2, onder b, komen in aanmerking de kosten voor: het vrijmaken van (erf)pacht van het terrein tegen een reële vergoeding, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur; de taxatie door een onafhankelijke taxateur; de notaris; het doorhalen van het recht van erfpacht. 3.. De subsidie als bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt ten hoogste: 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a t/m h en j t/m l; 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder i, met een maximum van € 5.000,-; 4.. De subsidie als bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het tweede lid. 5.. Voor zover door Gedeputeerde Staten of een ander bestuursorgaan voor de verwerving, afwaardering of het pachtvrij of erfpachtvrij maken van het terrein reeds subsidie is verstrekt, wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels of deze regeling te voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel