In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan:
**•.** Adviesraad Sociaal Domein: de wijze waarop de gemeente Borger-Odoorn inwoners betrekt bij beleidsvoornemens in het kader van de Participatiewet, de Wmo-2015, de Jeugdwet en de Wet sociale werkvoorziening (WSW).
**•.** Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de Wmo 2015. Binnen de Jeugdwet is geen bijdrage verschuldigd;
**•.** Bouwstenen: niveaus van ondersteuning zoals geformuleerd in de raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 van de gemeenten Borger-Odoorn en Coevorden en het inkoopmodel jeugdhulp van de zeven gemeenten in Zuid-Drenthe. Uitleg over de specifieke bouwstenen staat op de website van de gemeente Borger-Odoorn. De bouwstenen voor jeugdhulp zijn onderverdeeld in drie resultaatgebieden: meedoen en zelfredzaamheid, gezond zijn en gezond opgroeien.
**•.** Cliënt: inwoners vanaf 18 jaar en ouder;
**•.** Gebruikelijke hulp: zorg die verwacht mag worden vanuit het sociale netwerk van de cliënt of jeugdige;
**•.** Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en artikel 6 van de Jeugdwet;
**•.** Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de Wmo dan wel de behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet;
**•.** Jeugdige: kinderen en jongeren tot 18 jaar;
**•.** Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
**•.** Ondersteuningsplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de hulpvrager is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren.
**•.** Ouders: hiermee worden ouders of verzorgers bedoeld van de jeugdige;
**•.** Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan de cliënt, jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de (jeugd)hulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
**•.** Respijtzorg: de tijdelijke en volledige overname van hulp en ondersteuning om de mantelzorger even te ontlasten. Respijtzorg kan alleen als maatwerk worden ingezet indien dit niet vrijwillig kan worden opgepakt vanwege de aard van de benodigde hulp of ondersteuning.
**•.** Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) of Jeugdwet;
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder voorzieningen verstaan:
**•.** Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening van derden die algemeen verkrijgbaar is en dus niet onder de verantwoordelijkheid valt die het college heeft vanuit de Wmo 2015 en Jeugdwet;
**•.** Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten zoals bedoeld in de Wmo 2015 of jeugdwet dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.
**•.** Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo of Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
**•.** Maatwerkvoorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Jeugdwet; ook wel individuele voorziening genoemd, of zoals opgenomen in de Wmo 2015 een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
ten behoeve van beschermd wonen en opvang;
**•.** Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019