Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

Onderdeel van Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019

Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 120 per maand. Voor wat betreft de tijdbesteding van de werkgeverscommissie van de griffie, wordt de duur van de activiteiten bepaald op 6/12-de, dus de helft, van het aantal maanden in een jaar, tenzij door de burgemeester anders wordt besloten. Voor wat betreft de tijdsbesteding van de raadsleden die zitting hebben in een vertrouwenscommissie en een rekenkamercommissie, wordt op grond van het Rechtspositiebesluit artikel 3.1.2, respectievelijk 3/12-de per jaar en 12/12-de per jaar per raadslid vastgesteld, tenzij door de burgemeester anders wordt besloten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel