Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a van de verordening. Dit geldt in ieder geval voor:
een woningzoekende die inwonend is;
een woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte huurt;
een woningzoekende die verblijf heeft in een instelling bedoeld in artikel 3:9 van de verordening.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12
Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder l, van de verordening
Onderdeel van Beleidsregel urgentieverklaringen Leidschendam-Voorburg 2019