De nota waarderings- en afschrijvingsbeleid 2019 -2022 is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kaderstellende rol van de raad. De nota sluit aan op onze Financiële Verordening 2018 die is gebaseerd op art. 212 Gemeentewet. De Financiële Verordening is het kader voor het financiële beleid van de gemeente.
In artikel 8 van onze Financiële Verordening staat de basis voor deze nota:
De wijze van waardering en afschrijving van vaste activa is opgenomen in een afzonderlijke nota waarderings- en afschrijvingsbeleid
Onderdeel van de nota waarderings- en afschrijvingsbeleid is de richtinggevende afschrijvingstabel vaste activa
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota waarderings- en afschrijvingsbeleid aan. De raad stelt de nota vast.
Daarnaast bevat het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in hoofdstuk V met name inhoudelijk het kader van wet- en regelgeving voor de nota. Daar waar het BBV ruimte biedt aan eigen invulling door de gemeente, wordt in deze nota een uitspraak gedaan over de invulling door onze gemeente.
De commissie BBV heeft haar Notitie materiële vaste activa in december 2017 gepubliceerd waarin de een aantal nieuwe stellige uitspraken voor het waarderen en afschrijven van materiële vaste activa staan vermeld. Dit betekent dat verwacht wordt dat deze stellige uitspraken worden gevolgd vanaf het moment van publicatie en dat hier niet van af wordt geweken, tenzij de gemeente van oordeel is dat in haar specifieke omstandigheden een andere lijn beter past die ook “BBV-proof” is. Dan wordt de afwijking expliciet gemotiveerd en kenbaar gemaakt bij de begroting en jaarstukken.
Hierna worden in hoofdstuk 2 de nodige financiële begrippen gedefinieerd. Vanuit het hiervoor vermelde wettelijk kader beantwoorden we in hoofdstuk 3 de vraag welke investeringen mogen of moeten worden geactiveerd en wanneer sprake is van een investering. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 4 in op de waarderingsgrondslag op basis waarvan de af te schrijven waarde bepaald wordt. Daarna komt in hoofdstuk 5 de manier van afschrijven aan de orde in hoofdstuk. En als laatste in hoofdstuk 6 de overige relevante onderwerpen zoals rente en onderhoud kapitaalgoederen. Dit hoofdstuk is toegevoegd op basis van de nieuwste regels uit de twee BBV Notities Rente en Materiële vaste activa uit 2017.