Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 15.

Lokale heffingen

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Harderwijk 2019

1.. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval het structurele beleid ten aan zien van: de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden; de kostendekkendheid van de heffingen; de druk van de lokale belastingen en heffingen; het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. 2.. De nota bevat voorts het meest recente overzicht van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. 3.. De raad stelt de nota vast. 4.. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Harderwijk wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden, naast de directe kosten, alleen die indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Hierbij wordt aangesloten bij de Handreiking Kostentoerekening leges en tarieven zoals deze is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 5.. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW, alsmede de gederfde inkomsten als gevolg van kwijtschelding. 6.. Jaarlijks wordt, voor het volgende begrotingsjaar, het overheadpercentage berekend en door de gemeenteraad vastgesteld. De totale overheadkosten worden uitgedrukt in een percentage van de primaire loonkosten en op consistente wijze aan bepaalde taakvelden toegerekend. 7.. Voor de renteberekening van de kapitaallasten wordt gebruik gemaakt van een rente-omslagpercentage. 8.. Het college doet jaarlijks bij de begroting voorstellen voor tariefaanpassingen waarbij wordt aangegeven in hoeverre deze voorstellen liggen in de lijn van het structureel beleid zoals vastgelegd in de nota lokale heffingen. 9.. Met het vaststellen van de begroting wordt eveneens richting gegeven met betrekking tot de in de belastingverordening op te nemen tarieven. 10.. De definitieve vaststelling van de tarieven vindt jaarlijks plaats in de decemberraad bij de vaststelling van de belastingverordening. 11.. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing, het volume en bedrag aan kwijtscheldingen, de mate van kostendekking van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.

Rechtspraak bij dit artikel