Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.1

Bijstand voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar, zelfstandig wonend

Onderdeel van Handboek Bijzondere Bijstand Schagen 2019

Omschrijving van de kosten Jongeren van 18 tot en met 20 jaar die zelfstandig wonen, krijgen een lage norm. Er wordt vanuit gegaan dat de ouder(s) bijdra(a)g(en)t in de kosten van levensonderhoud. Als de ouders financieel niet kunnen of willen bijspringen, dan kan er bijzondere bijstand verleend worden als aanvulling op de norm. De wettelijke basis hiervoor is artikel 12 van de P-wet. Voorliggende voorzieningen De voorliggende voorziening bestaat uit de onderhoudsplicht van de ouders. De jongere die een aanvulling op zijn uitkering aan komt vragen zal dus in eerste instantie zelf aan de ouders een bijdrage moeten vragen. Als dat niet mogelijk is, vanwege verstoorde verhoudingen, dan neemt de verhaalsambtenaar contact op met de ouders en informeert naar de financiële situatie en de bereidheid om op vrijwillige basis bij te dragen. Als ook dat contact niet mogelijk is vanwege ernstig verstoorde verhoudingen dan wordt er voorlopig afgezien van verhaal vanwege dringende redenen. Het onderzoek naar de verstoorde verhouding wordt gedaan door de consulent. Om de objectiviteit van het onderzoek te waarborgen wordt er, indien aanwezig, contact opgenomen met de hulpverlener. Recht op bijzondere bijstand Er is in ieder geval recht op aanvullende bijzondere bijstand als: de ouders van belanghebbende zich in een ver buitenland bevinden en niet bereikbaar zijn; de middelen van de ouders niet toereikend zijn; de ouders van belanghebbende zijn overleden. Er kan recht op aanvullende bijzondere bijstand zijn als: de relatie tussen de jongere en de ouders ernstig is verstoord (een grondig onderzoek is nodig, informatie van hulpverlener en/of wederhoor bij de ouders); de jongere al geruime tijd zelfstandig woont en in redelijkheid niet verwacht kan worden dat hij terug gaat naar de ouders (onderhoudsplicht geldt dan wel); andere situaties die het zelfstandig wonen noodzakelijk maken. De opsomming kan niet limitatief zijn. De rechter heeft beleid, waarin de bijstand zich beperkt tot bepaalde situaties, afgekeurd. De bijstand op grond van artikel 12 van de P-wet kan verstrekt worden aan: alleenstaanden van 18 tot en met 20 jaar; alleenstaande ouders van 18 tot en met 20 jaar; gehuwden waarvan één van beide partners 18 tot en met 20 jaar is. Hoogte bijzondere bijstand De normen waarop recht zou bestaan als hij of beide partners 21 jaar zouden zijn(19 sub a van de P-wet) minus 15% van de norm (jongerennorm, zonder kinderen artikel 20 lid 1 P-wet en jongerennorm, met kinderen artikel 20 lid 2 P-wet). Het verschil tussen het minimum jeugdloon en de bijstand is anders te groot en de stimulans om te gaan werken klein. Deze aftrek op de normen is een afspiegeling van de systematiek op grond van de Toeslagenverordening van voor 01-01-2015. De eventuele bijdrage van de ouders die de jongere zelf ontvangt en de inkomsten van de jongere worden in mindering gebracht op de algemene bijstand. Vorm bijzondere bijstand De bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt om niet verleend en kan verhaald worden op de ouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel