Het college kan de vergoeding, bedoeld in artikel 2, in ieder geval beëindigen, indien:
de klant als gevolg van ziekte of ongeoorloofd verzuim langer dan een maand niet deelneemt aan het inburgeringstract of de voorziening gericht op de arbeidsinschakeling dan wel langer dan een maand geen werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie verricht;
de klant als gevolg van ziekte of ongeoorloofd verzuim langer dan een maand geen arbeid verricht;
de inkomsten uit arbeid van de klant gelijk of hoger zijn dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm.
Hoofdstuk 2
Artikel 6