In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen;
inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 31 en 32 van de Participatiewet exclusief vakantiegeld, en de algemene bijstand exclusief vakantiegeld;
peildatum: de dag waarop het recht op individuele inkomenstoeslag ontstaat, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen;
referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum;
inwonende: aanvrager die inwoont bij zijn of haar (stief)ouder(s) of kostganger is, een kamer huurt een van een persoon bij wie hij of zij in huis woont of in een inrichting woont dan wel langdurig in een inrichting verblijft;
langdurig verblijf in een inrichting: meer dan zes maanden verblijf in een inrichting, zonder uitzicht op terugkeer naar zijn of haar woning;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b van de Participatiewet, geldend op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt;
referteperiode: een periode van 36 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de peildatum
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG GEMEENTE MIDDEN-GRONINGEN 2020