Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar naar boven afgerond op hele euro’s:
25,75% van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande;
32,75%% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder;
36,55% van de gehuwdennorm voor gehuwden.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de individuele inkomenstoeslag (naar boven afgerond op hele euro’s), voor een inwonende, 3,65% van de gehuwdennorm.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor de hoogte van de toeslag is de situatie op de peildatum bepalend.
Artikel 5.
Hoogte individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG GEMEENTE MIDDEN-GRONINGEN 2020