Bij maatwerkvoorzieningen voor verplaatsen moet, naast het hierboven benoemde collectief vraagafhankelijk vervoer, worden gedacht aan bijvoorbeeld scootmobielen en driewielfietsen die, al dan niet in combinatie met de Regiotaxi, voor compensatie van de ervaren beperking van de zelfredzaamheid of participatie zorgen.
Ook de voorziening voor de reguliere individuele (rolstoel)taxi of eigen auto, die kan worden vergoed als de Regiotaxi geen of onvoldoende compensatie kan bieden, behoort tot deze categorie. Deze vergoeding wordt op declaratiebasis verstrekt.
Andere voorbeelden van mogelijke voorzieningen zijn een financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van de eigen auto of ander verplaatsingsmiddel en in uitzonderlijke gevallen een auto of een gesloten buitenwagen.
Artikel 10.13.1. Criteria maatwerkvoorziening
Het college kan een maatwerkvoorziening voor verplaatsen en vervoeren verstrekken. Deze noodzaak zal aanwezig zijn als een inwoner geen gebruik van het regulier openbaar vervoer en de Regiotaxi kan maken. Welke vorm van vervoersvoorziening van toepassing is, zal afhankelijk zijn van de individuele situatie.
Bij inwoners met een loopafstand van minder dan 800 meter zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de korte afstand. Een dergelijke individuele maatwerkvoorziening kan alleen worden verstrekt indien de inwoner verantwoord met het middel overweg kan en over een adequate stalling beschikt. Indien er geen stalling aanwezig is, kan het college het realiseren van een stalling opnemen in een maatwerkvoorziening. De kosten van deze stalling moeten in redelijke verhouding staan tot de huur- of aanschafkosten én van de verwachte gebruiksduur van de betreffende maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.13.