Artikel 14.4.1. Huishoudelijke ondersteuning, begeleiding groep en begeleiding individueel
Het persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding groep en Begeleiding individueel dient in beginsel vergelijkbaar in resultaat te zijn met een voorziening in natura. Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding groep en Begeleiding individueel worden toegekend voor het hoofdverblijf in de gemeente. Bij verblijf van drie maanden of langer in een recreatiewoning of in het buitenland, wordt geen budget toegekend voor deze periode.
Voor de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke ondersteuning, begeleiding groep en begeleiding individueel is de hoogte van het persoonsgebonden budget per resultaat vastgelegd in het Financieel besluit.
De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van het te bereiken resultaat. Voor dit persoonsgebonden budget geldt dat het budget per kalenderjaar wordt vastgesteld. Daarnaast geldt dat reiskosten alleen vergoed worden indien deze onderdeel uitmaken van het resultaattarief.
Artikel 14.4.2. Woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen
Het persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening in de vorm van woonvoorzieningen,
vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen wordt vastgesteld op maximaal het niveau van de kosten van de maatwerkvoorziening als de maatwerkvoorziening in natura zou worden verstrekt.
De kosten van de maatwerkvoorziening bij verstrekking in natura worden bepaald op basis van contracten die met leveranciers zijn afgesloten en worden zoveel mogelijk opgenomen in het Financieel besluit. Als er voor de maatwerkvoorziening geen contract is afgesloten dan worden de kosten bepaald op basis van een door de gemeente op te vragen offerte.
Bij maatwerkvoorzieningen in de vorm van vervoersvoorzieningen en bij hulpmiddelen wordt voor onderhoud een budget vastgesteld dat afhangt van de voorziening zelf, deze bedragen worden opgenomen in het Financieel besluit. Voor de verzekering wordt een budget toegekend dat tenminste gelijk is aan de prijs die de leverancier waarmee een contract is afgesloten in rekening brengt.
Voor woonvoorzieningen wordt in principe geen budget toegekend voor onderhoud en verzekering. Hier zijn uitzonderingen mogelijk zoals bijvoorbeeld de onderhoudskosten van een traplift of een plafondlift. Het gaat daarbij om voorzieningen waarbij de gemeente verplicht is om de technische staat te keuren en te onderhouden. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor deze kosten is dan gelijk aan de kosten voor onderhoud van een voorziening in natura. Voor roerende woonvoorzieningen worden na toestemming vooraf, op declaratiebasis, reparatiekosten toegekend.
Hoofdstuk 14.
Artikel 14.4.