In de Wmo 2015 is sprake van trekkingsrecht. Trekkingsrecht wil zeggen dat de gemeente het persoonsgebonden budget voor Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding groep en Begeleiding individueel niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Voor de maatwerkvoorzieningen Huishoudelijke ondersteuning, Begeleiding groep en Begeleiding individueel dient de inwoner een zorgovereenkomst af te sluiten met de zorgverlener. De zorgovereenkomst is een verplicht onderdeel van de verantwoording waarin naast een ondertekening door beide partijen in ieder geval aan de orde moeten komen:
de persoonsgegevens van de betrokkene;
wie de zorg levert;
welke zorg er wordt geleverd;
wanneer de zorg wordt geleverd;
tegen welke prijs de zorg wordt geleverd
Na ontvangst van de zorgovereenkomst wordt het persoonsgebonden budget overgemaakt aan de SVB. De budgethouder dient vervolgens facturen in bij de SVB. De budgethouder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten of de ondersteuning is geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de zorgverlener. Door het trekkingsrecht is het voor inwoners niet meer mogelijk om te betalen via een automatische incasso. Wanneer aanbieders hiervoor extra kosten rekenen mogen deze kosten worden voldaan vanuit het persoonsgebonden budget.
Artikel 14.9.1. Terugbetaling niet volledig besteedde persoonsgebonden budget
Het niet volledig besteedde persoonsgebonden budget wordt door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Het niet volledig besteedde persoonsgebonden budget kan niet worden overgeschreven naar een volgende budgetperiode.
Hoofdstuk 14.
Artikel 14.9.