Artikel 15.4.1. Verhuis- en inrichtingskosten
Een verhuiskostenvergoeding kan verstrekt worden wanneer er sprake is van ondervonden belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, die door middel van een verhuizing op de goedkoopst-compenserende wijze kunnen worden opgelost. De verhuiskostenvergoeding is bedoeld als goedkoopst-compenserend alternatief voor een (dure) woningaanpassing in gevallen waarin die verhuizing niet algemeen gebruikelijk is, gelet op leeftijd, gezins- of woonsituatie. De verhuiskostenvergoeding is een tegemoetkoming in de meerkosten van verhuizing.
Artikel 15.4.1.1. Uitsluitingen
Er wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt voor verhuizingen naar woningen die niet geschikt of bestemd zijn voor permanente bewoning of niet geschikt zijn voor de specifieke situatie van de inwoner. Het college verstrekt in beginsel geen verhuiskostenvergoeding indien de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat op de aanvraag is beschikt, tenzij achteraf alsnog kan worden vastgesteld dat er problemen bij het normale gebruik van de woning werden ondervonden in de verlaten woning.
Verhuizingen wegens gezinsuitbreiding of om als jongvolwassene zelfstandig te gaan wonen zijn in beginsel algemeen gebruikelijk, evenals voorspelbare verhuizingen van senioren.
Artikel 15.4.2. Gebruik van de eigen auto
De bijdrage voor het gebruik van de eigen auto is bedoeld voor diegenen die in aanmerking zouden komen voor een vergoeding voor de Regiotaxi en beschikken over een eigen auto. Voor deze groep inwoners is de mogelijkheid gecreëerd om te kiezen tussen de Regiotaxi inclusief het bijbehorende vrij besteedbare budget en een bedrag voor het gebruik van de eigen auto. Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen voor het vervoer met de eigen auto, wordt beoordeeld of er sprake is van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Alleen dan kan er sprake zijn van een vervoersprobleem en komt een inwoner in aanmerking voor een individuele voorziening.
De aard en de zwaarte van de beperkingen hebben geen invloed op de hoogte van de bijdrage. Dit heeft immers geen gevolgen voor het benzinegebruik. Het betreft namelijk een kilometervergoeding. Uitbetaling van het bedrag vindt net zoals het vrij besteedbaar bedrag op declaratiebasis in twee termijnen plaats, in januari en in juli.
Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening in de vorm van een bijdrage voor het gebruik van een eigen auto moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
er kan geen gebruik worden gemaakt van het reguliere openbaar vervoer;
er kan wel gebruik worden gemaakt van de Regiotaxi;
er is sprake van een gewijzigde situatie waardoor er aanzienlijke meerkosten ontstaan;
er is geen andere adequate voorziening mogelijk die minder duur is;
er is geen voorliggende voorziening beschikbaar (vergoeding via werkgever of zvw);
er is een auto die op naam staat van de aanvrager of zijn/haar partner en minimaal één van beiden is in het bezit van een geldig rijbewijs;
de betrokkene (het betrokken echtpaar) ziet (zien) af van de Regiotaxi-vergoeding in combinatie met het vrij besteedbare bedrag.
Er kan alleen bij toekenning en bij de aanvang van een nieuw jaar gekozen worden voor de bijdrage eigen auto.
De hoogte van het bedrag ten behoeve van de eigen auto is in het Financieel besluit 2019 vastgesteld. Met dit bedrag kunnen zij, uitgaande van een vergoeding per kilometer, tenminste 1500 kilometer reizen.
Artikel 15.4.3. Sportrolstoel
Indien een inwoner actief lid is van een gehandicaptensportvereniging, kan deze voor een sportrolstoel in aanmerking worden gebracht indien belanghebbende zonder sportrolstoel, op grond van de beperkingen, niet in staat is tot sportbeoefening.
Verstrekking van een sportrolstoel vindt plaats in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Het bedrag waarmee voor een periode van 3 jaar een sportrolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden, wordt gezien als meerkosten ten opzichten van een persoon zonder beperkingen die sport beoefent. Betaling vindt plaats aan de inwoner zelf of rechtstreeks aan de leverancier van de sportrolstoel na overlegging van de definitieve nota.
Indien de kosten van de gekozen rolstoel de gemaximeerde vergoeding overschrijden, dient de inwoner de meerkosten zelf te betalen.
Na afloop van de periode van 3 jaar, volgt geen automatische vervanging van de sportrolstoel, maar zal, bij het verzoek tot vervanging, een beoordeling plaatsvinden van de technische staat van de sportrolstoel.
Afhankelijk daarvan wordt al dan niet overgegaan tot verstrekking van een nieuwe gemaximeerde vergoeding.
Hoofdstuk 15.
Artikel 15.4.