De inwoner kan op één of meerdere terreinen beperkingen in zelfredzaamheid en participatie ondervinden. Voor elk van deze terreinen worden aspecten onderscheiden waar de mate van zelfredzaamheid en mogelijkheden tot participatie betrekking op hebben.
sociale redzaamheid;
bewegen en verplaatsen;
probleemgedrag;
psychisch functioneren;
geheugen- en oriëntatiestoornissen.
Ad 1) Sociale redzaamheid
Bij sociale redzaamheid gaat het om de volgende aspecten:
begrijpen wat anderen zeggen; een gesprek voeren; zich begrijpelijk maken;
initiëren en uitvoeren eenvoudige taken;
kunnen lezen, schrijven en rekenen;
communicatiehulpmiddel gebruiken;
dagelijkse bezigheden;
problemen oplossen en besluiten nemen;
dagelijkse routine regelen;
zelf geld beheren; zelf administratie zaken bijhouden;
initiëren en uitvoeren complexere taken;
(naar behoefte) sociale contacten aangaan en onderhouden.
Ad 2) Bewegen en verplaatsen
Bij zich bewegen en verplaatsen gaat het om de volgende aspecten:
lichaamspositie handhaven;
grove hand- en armbewegingen maken;
fijne handbewegingen maken;
lichtere voorwerpen tillen;
gecoördineerde bewegingen maken met benen en voeten;
lichaamspositie veranderen;
trap op en af gaan zonder hulp(middelen);
zich verplaatsen met hulp(middelen);
voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen);
gebruik maken van het openbaar vervoer;
eigen vervoermiddel gebruiken;
voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen);
korte afstanden lopen;
zwaardere voorwerpen tillen.
Ad 3) Probleemgedrag
Bij probleemgedrag gaat het om de volgende aspecten:
destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk);
dwangmatig gedrag;
lichamelijk agressief gedrag;
manipulatief gedrag;
verbaal agressief gedrag;
zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag;
grensoverschrijdend seksueel gedrag.
Ad 4) Psychisch functioneren
Bij psychisch functioneren gaat het om de volgende aspecten:
concentratie;
geheugen en denken;
perceptie van omgeving.
Ad 5) Oriëntatiestoornissen
Bij oriëntatiestoornissen gaat het om de volgende aspecten:
oriëntatie in persoon;
oriëntatie in ruimte;
oriëntatie in tijd;
oriëntatie naar plaats.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4.