Het college is verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning van inwoners tot aan het moment dat deze een indicatie heeft voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Op dat moment is vastgesteld dat een inwoner vanwege beperkingen, als gevolg van bijvoorbeeld leeftijd of handicap, blijvend permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid nodig heeft. Die zorgplicht blijft belegd bij de zorgkantoren. Vervoermiddelen (zoals een scootmobiel of aangepaste fiets) en vervoersvoorzieningen (als bedoeld in hoofdstuk 10) worden voor inwoners met een Wlz-indicatie vanuit de Wmo verstrekt. Ook woning-aanpassingen voor inwoners die met een Wlz-indicatie thuis wonen vallen onder de Wmo. Voor inwoners die met een Wlz-indicatie 'zonder behandeling' verblijven in een zorginstelling valt het verstrekken van een rolstoel ook onder de Wmo. Indien sprake is van een Wlz-indicatie 'met behandeling' valt het verstrekken van een rolstoel onder de Wlz.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7.