Naar hoofdinhoud
1.. Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. 2.. De raden van de gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden en nieuwe plaatsvervangend leden van het Algemeen Bestuur van deze regeling. Afgetreden leden kunnen terstond weer opnieuw als lid worden aangewezen. 3.. Indien tussentijds een zetel in het Algemeen Bestuur vacant is geworden wijst de gemeenteraad die dit aangaat - in geval van het gemeenschappelijk lid de gezamenlijke gemeenteraden op basis van een profielschets als bedoeld in artikel 1 eerste lid, sub f, van deze regeling - in zijn eerstvolgende vergadering een ander lid aan ter voorziening in de vacature.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel