Naar hoofdinhoud
1.. De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde beleid. 2.. Zij geven, gezamenlijk of ieder afzonderlijk, uit eigen beweging dan wel op verzoek van het Algemeen Bestuur of een of meer leden daarvan, aan het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur gevoerde beleid. 3.. De aflegging van verantwoording als bedoeld in het eerste lid, alsmede het na voorafgaand verzoek verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het tweede lid geschieden op de wijze zoals is aangegeven in het reglement van orde voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. 4.. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met het openbaar belang. 5.. Het Algemeen Bestuur is bevoegd in het reglement van orde voor zijn vergadering nadere regels te stellen ten aanzien van de wijze waarop door het Dagelijks Bestuur dan wel de leden daarvan inlichtingen dienen te worden verschaft respectievelijk verantwoording dient te worden afgelegd. 6.. het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter en de bestuurscommissies als bedoel in artikel 3, tweede lid. 7.. vervallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel