Naar hoofdinhoud
1.. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten zullen, daartoe door het competente orgaan van het openbaar lichaam verzocht, de in artikel 18, eerste lid bedoelde besluiten c.q. de uitvoering daarvan opschorten voor een periode van ten hoogste zes weken na verzending van het daartoe strekkende verzoek teneinde gedurende die periode overleg te voeren met het orgaan dat zich met het verzoek tot hen heeft gericht. 2.. In spoedeisende gevallen kunnen de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten het in het eerste lid bedoelde verzoek daarvan om opschorting van de besluitvorming c.q. de uitvoering daarvan terzijde leggen. Daarbij wordt aan het orgaan dat om opschorting heeft verzocht medegedeeld op welke gronden aan dat verzoek geen gevolg kan worden gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel