**1..** De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de bestuursorganen van tenminste tweederde van de gemeenten waarin tenminste tweederde van het gezamenlijke aantal inwoners van alle gemeenten woont. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de laatstelijk door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
**2..** De opheffing gaat in met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen, tenzij het opheffingsbesluit een later tijdstip vermeldt.
**3..** Bij het besluit tot opheffing van de regeling, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast dat voorziet in de financiële en andere gevolgen van de opheffing. Hierbij kan zonodig van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
**4..** Het liquidatieplan voorziet zoveel mogelijk in de herplaatsing van het personeel en in de financiële gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft.
**5..** Voordat het Algemeen Bestuur het liquidatieplan vaststelt worden de bestuursorganen van de gemeenten daarover gehoord.
**6..** Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. De bestuursorganen van het openbaar lichaam blijven zonodig ook na de opheffing in functie tot de liquidatie is voltooid.
HOOFDSTUK
Artikel 37