**1..** De verdeling van de in het voorgaande artikel bedoelde zetels geschiedt door aan elke gemeente één zetel toe te kennen.
**2..** Naast de in lid 1 van dit artikel genoemde zetels wordt één zetel toegekend aan de gezamenlijke raden van alle deelnemende gemeenten ten behoeve van het benoemen van het gemeenschappelijk lid als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder j van deze regeling. Het gezamenlijk lid wordt aangewezen door de meerderheid van de raden van alle deelnemende gemeenten.
**3..** De leden hebben in de vergaderingen van het Algemeen Bestuur stemrecht in de omvang waarin het inwonertal van de gemeente die hem/haar heeft aangewezen zich verhoudt tot het inwonertal van alle deelnemende gemeenten, een en ander afgerond op honderdtallen inwoners. Het gemeenschappelijk lid komt een stem toe.
**4..** Voor de bepaling van de inwonertallen wordt uitgegaan van de door het Centraal bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur plaatsvindt.
HOOFDSTUK
Artikel 9