Naast directe beleefbaarheid van de archeologie in de openbare ruimte, willen we het publiek actief in aanraking laten komen met - en betrekken bij - de archeologie. Door het publiek op diverse manieren in aanraking te laten komen met de gemeentelijke archeologie, zal de kennis en herkenbaarheid worden vergroot. Hierdoor zal het draagvlak voor het archeologisch erfgoed toenemen. Dit draagvlak is door de gemeente op de volgende wijzen te bereiken:
Open dagen: de gemeente stelt het verplicht dat bij grotere opgravingen minstens 1 open dag wordt georganiseerd.
Het organiseren van bijeenkomsten rondom een archeologisch thema (Romeins Zuid Limburg, Middeleeuwse pottenbakkersindustrie, Middeleeuwse kastelen, Mijnverleden). Voorbeelden zijn het grote nationale archeologische congres dat in 2016 in Heerlen is georganiseerd, (Reuvensdagen), het Romeinse festival Sempervivetum (zie paragraaf 3.6) en het “Spectaculum Romanum” (Landgraaf, Rimburg).
Archeologie in de pers: de gemeente neemt een actieve houding aan bij het verspreiden van persberichten, die archeologie aan de orde stellen. De regio-archeoloog zal hierin vanuit de gemeenten een co-ordinerende rol hebben.
Publicaties cultuurhistorie, en archeologie in het bijzonder: De gemeente stelt verplicht dat door de uitvoerende bureaus bij een interessant archeologisch onderzoek (veelal gravend onderzoek) een publiekssamenvatting wordt aangeleverd.
Museale presentaties: de gemeente zal bevorderen dat bij toekomstige opgravingen de ontdekte archeologische resten tentoongesteld kunnen worden in overleg met de Heemkundevereniging De Bongard, en de plaatselijke amateurarcheologen. Hierbij kan de gemeente gebruik maken van haar recht om archeologische vondsten te lenen bij het provinciaal depot.
Archeologische en cultuurhistorische routes om onder andere het Romeinse verleden uit te dragen (zoals de bestaande route Bocholtz - Baneheide, die door de ‘Romeinse Vallei’ van Bocholtz voert en de Kastelenroute Parkstad Limburg, uitgegeven door de VVV): De gemeente zal faciliteren bij het uitzetten van archeologische en cultuurhistorische routes in de gemeente (bijvoorbeeld in de vorm van het bekende ‘ommetje’). In het buitengebied is ook de combinatie met natuur en landschap interessant. De gemeente zoekt daarbij samenwerking met heemkundeverenigingen, beheerders van natuurterreinen en de VVV.
Educatieprogramma voor scholen: beter dan een stapel boeken of foto’s kan een wandeling door een oud cultuurlandschap, waarin nog archeologische resten verborgen zijn, inzicht geven hoe mensen in het verleden en heden de ruimte hebben benut en hebben vormgegeven. Dit biedt mogelijkheden voor het sterk opkomende ‘omgevingsonderwijs’ waarin ‘regionale beeldvorming’ en ‘eigen regio’ onderwerpen zijn. De gemeente kan grensoverschrijdend bekijken of en op welke manier zij dit uit kan werken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een “Onderwijskist voor scholen”. De regio-archeoloog zal hierin een coördinerende rol hebben.
Kennisontsluiting: Voor de bewoners en bezoekers van de gemeente die dieper in de materie willen duiken, kan de gemeente de mogelijkheid bieden om dit te doen. Hiertoe kan samenwerking worden gezocht met het archief Rijckheyt om archeologische onderzoeksrapporten ook te gaan ontsluiten. De regio-archeoloog zal hierin vanuit de gemeenten een coördinerende rol hebben.
Participatie door amateurarcheologen/vrijwilligers bij veldwerk.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.7