Het college wijst een aanvraag om toekenning van een gehandicaptenparkeerplaats af indien de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein (bijvoorbeeld garage, erf, eigen oprit met een minimale diepte van 5.50 meter).
Een gehandicaptenparkeerplaats wordt in beginsel ingericht op een openbare parkeerplaats die voor de aanvrager geschikt, d.w.z. optimaal te gebruiken is, en zo dicht mogelijk bij de woning van de aanvrager ligt.
Alvorens te besluiten tot toekenning of weigering van (de aanleg van) een gehandicaptenparkeerplaats laat het college:
een onderzoek verrichten naar de (sociaal-)medische beperkingen van de aanvrager;
indien nodig een verkeerskundig advies inwinnen.
Onder een garage als bedoeld in lid 1 wordt tevens verstaan de garage(-box) die zich op enige afstand van de woning bevindt, mits deze garage(-box) op grond van de bevindingen naar aanleiding van het in lid 3 bedoelde onderzoek geschikt en verantwoord wordt geacht.
Artikel 3.
Algemene criteria voor toekenning of weigering gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels individuele gehandicaptenparkeerplaatsen gemeente Dronten 2019