Voor toepassing van hoofdstuk 7 van de CAR/UWO wordt de vergoeding voor onregelmatige dienst, de overgangstoelage onregelmatige dienst en de prestatiebeloning als bedoeld in artikel 8, lid 2 en 4; artikel 10, artikel 14 en artikel 15 van deze regeling slecht geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand is toegekend aan die vergoeding of beloning.
Voor zover de ambtenaar op even bedoelde datum minder dan drie kalendermaanden zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.