Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Verantwoording en vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Gemeente Het Hogeland Peuteropvang en Voor- en Vroegschoolse Educatie

De subsidie Voor- en Vroegschoolse Educatie en de subsidie Peuteropvang wordt vastgesteld voor het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden. Vóór 1 april van het daaropvolgende jaar dient de kinderopvangorganisatie een aanvraag tot subsidievaststelling in. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval de volgende stukken: Actuele inkomensgegevens van de ouders van het kind dat de kindplaats bezet waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in combinatie met een gedagtekende ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’; Het nummer waaronder de kinderopvang in het landelijk register kinderopvang (LRK) geregistreerd staat; Een gedagtekende overeenkomst tussen de aanvrager en de ouder van het kind. De aanvraag gaat vergezeld van een beleidsverslag met onderwerpen zoals genoemd in artikel 6.1 en een financieel verslag over het aantal gebruikte kindplaatsen Voor- en Vroegschoolse Educatie en/of Peuteropvang. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring van een accountant indien de totale subsidie meer dan € 50.000,- bedraagt. De accountantsverklaring heeft de vorm die bedoeld is in lid 6 van artikel 393, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek. Het college kan ten behoeve van de subsidievaststelling een door hem aan te wijzen accountant een onderzoek laten instellen naar de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie indien de subsidie meer dan € 50.000,- bedraagt. Het college geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel