Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissie van de gemeente Oss 2019

Na de opening van de vergadering van de raadscommissie kunnen ingezetenen of belanghebbenden het woord voeren over zowel geagendeerde als niet geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste vijf minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Insprekers op geagendeerde onderwerpen krijgen inspreekruimte direct voorafgaand aan het betreffende onderwerp. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord nadat de voorzitter dit hem heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel