Om voor de basissubsidie in aanmerking te komen moeten tenminste twee openbare optredens worden gegeven, dan wel vooraf afgesproken en vastgelegde activiteiten worden uitgevoerd.
Als de afgesproken activiteiten niet of niet volledig worden uitgevoerd, kan de basissubsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
De basissubsidie tot € 5.000,00 wordt direct vastgesteld.
Het is mogelijk dat op basis van het aantal aanvragen het totaal berekende subsidiebedrag hoger uitvalt dan het vastgestelde subsidieplafond. In dat geval worden de toe te kennen basissubsidies met een gelijk percentage verlaagd, zodat budgetoverschrijding achterwege blijft.
De raad stelt jaarlijks de begroting vast. Het college bepaalt daarbinnen jaarlijks het subsidieplafond voor Amateurkunstbeoefening.
Als het college besluit dat er een indexering plaatsvindt over het in de begroting opgenomen budget voor Amateurkunst, dan worden ook de bedragen van de basissubsidie met dezelfde indexering verhoogd.
Schema subsidies amateurkunst
Kunstdiscipline
Min. aantal leden
Basissubsidiebedrag
maximaal
Instrumentale muziek, groot
40
€ 15.000,00 harmonieën + medewerking aan diverse activiteiten, zoals ondermeer Koningsdag, avondvierdaagse, 4 mei, Lampegietersavond
Instrumentale muziek, klein
15
€ 500,00 overige bands
Vocale muziek: koren
15
€ 750,00 bij 15-50 leden
€ 1.000,00 bij 50-100 leden
€ 1.500,00 bij > 100 leden
Toneel/Muziektheater
15
€ 3.000,00
Overige cultuuruitingen
15
€ 500,00
Instellingen zonder leden
0
€ 1.500,00 Westerkerkmuziek( voor afgesproken activiteiten)
€ 32.500,00 Kunstplatform (voor afgesproken activiteiten)