**1..** Voor aanleg van handholes gelijktijdig met aanleg van de bijbehorende leidingtracés, dient in de aanvraag voor een instemmingsbesluit het aantal en de afmetingen aangegeven te worden. De locatie van de handhole dient op de vergunningtekening aangegeven te zijn.
**2..** Voor afzonderlijke aanleg van handholes in bestaande tracés dient instemming verkregen te worden. In de aanvraag voor een instemmingsbesluit dient het aantal en de afmetingen aangegeven te worden. De locatie van de handhole dient op de vergunningtekening aangegeven te zijn.
**3..** Vergunningaanvrager dient voorafgaand op beoogde locatie een proefsleuf te maken om zich ervan te vergewissen dat er sprake is van vrije ligging ten opzichte van ondergrondse infrastructuur.
**4..** Tijdens de uitvoering kan de graafvergunning voor de aangevraagde locatie alsnog worden ingetrokken als blijkt dat plaatsing tot onoverkomelijke problemen voor de gemeente of derden leidt. De vergunninghouder zal in die gevallen samen met de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting een alternatief zoeken.
**5..** Nadat het gat ten behoeve van de handhole is ontgraven dient de toezichthouder in de gelegenheid te worden gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke plaatsing van de handhole.
**6..** Handhole of ondergrondse lasmof moet geplaatst worden op een, naar oordeel van de gemeente, maatschappelijk verantwoorde plaats. In geen geval mag een handhole geplaatst worden in/op kabel- en leidingtracés, parkeerplaatsen, uitwegen, kruisingen, ter plaatse van de aansluitlocatie van woningen en binnen de beschermingszones rond boomwortels zoals aangegeven in hoofdstuk 12.
**7..** Afgaande en inkomende buizen en kabels moeten onder de eventueel aanwezige kabels en/of leidingen van derden worden gelegd. De in- en uitgaande buizen van de handhole moeten onderlangs het tracé uitgebogen worden naar de handhole toe. Verweving van het kabel- of buizenstelsel moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
**8..** De minimale afstand in horizontaal vlak tussen handhole of ondergrondse lasmof en (hoofd)riool, (hoofd)leidingen dient 0,75 m te zijn. Indien hier niet aan voldaan kan worden, dient dit overlegd en afgestemd te worden met de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting.
**9..** Handholes dienen zodanig aangebracht te worden dat de deksel van de handhole een minimale dekking heeft van 0,3 m onder maaiveld. Verder dient de handhole ingebed en afgedekt te worden met straatzand conform de RAW bepalingen.
**10..** De maximale toegestane uitwendige breedte van de handhole is 0,7 m. Indien deze niet toepasbaar is door ruimtegebrek dient een andere locatie te worden bepaald. Handholes van afwijkend formaat vooraf ter goedkeuring aan de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting voorleggen.
**11..** De handhole of ondergrondse lasmof is eigendom van de vergunninghouder. De vergunninghouder draagt zorg voor het beheer van de handhole of ondergrondse lasmof, waaronder het op eerste aanzegging van de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting op de juiste hoogte te stellen van de handhole.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3