**1..** De uitvoerder dient de bepalingen van de WION na te leven.
**2..** De uitvoerder dient onderzoek te doen naar de precieze ligging van alle leidingen op de graaflocatie conform CROW publicatie 250 (Zorgvuldig Graafproces).
**3..** Op het werk moeten minimaal aanwezig zijn de gebiedsinformatie (klic), een goedgekeurde MOOR-melding en (voor zover van toepassing) de graafvergunning met goedgekeurde vergunningtekening.
**4..** Omwille van efficiency, het voorkomen van schade en het beperken van overlast in de openbare ruimte dient te worden nagestreefd dat de werkzaamheden met betrekking tot kabels en leidingen door één (combi-)aannemer worden uitgevoerd.
**5..** Het resultaat van proefsleuven dient op eerste aanzeggen aan de specialist beheer 2 of 3 van het team Bodem, Gegevens en Verlichting overhandigd te worden.
**6..** Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden bronbemaling (ontwatering) noodzakelijk is, dient de leidingexploitant mogelijk een melding dan wel een aanvraag tot maatwerkvoorschriften op grond van Besluit lozen buiten inrichtingen voor het lozen van het grondwater in te dienen. Indien sprake is van een calamiteit (korter dan 48 uur) is er geen melding of maatwerk nodig.
**7..** Wijzingen in de uitvoering van het werk ten opzichte van de verstrekte gegevens waarop de vergunning is gebaseerd, dienen aan de toezichthouder te worden gemeld. De wijzigingen mogen niet eerder worden gerealiseerd dan nadat hiervoor toestemming is verleend. Bij grote wijzigingen kan van de leidingexploitant worden verlangd opnieuw een vergunning aan te vragen.
**8..** Indien het college wijziging in plaats of samenstelling van de krachtens de vergunning gemaakte werken nodig acht, is de vergunninghouder verplicht op aanschrijving van het college binnen de daarbij te stellen termijn de wijziging uit te voeren, met inachtneming van alle voorschriften en beperkingen.
**9..** Vervallen leidingen moeten worden verwijderd, tenzij anders met de wegbeheerder overeen wordt gekomen. Indien een vervallen buisleiding om gegronde reden in de ondergrond blijft liggen, dient deze te worden vol geschuimd en/of aan te uiteinden afgedicht te worden ter voorkoming van indringend water, grond, vuil etc.
**10..** Bij reconstructies of herontwikkeling dient de initiatiefnemer (bijv. de projectontwikkelaar of de gemeente) een geschikt tracé aan te bieden voor de (her)aanleg van kabels en leidingen.
**11..** Vóór het aanvullen van de sleuf of een pers- of lasput wordt de leidingexploitant van de vrijgegraven naastliggende en/of kruisende kabels en leidingen altijd in de gelegenheid gesteld om zijn kabels en leiding(en) te inspecteren. Vergunninghouder is verplicht om de informatie en coördinatie ter zake uit te voeren.
**12..** De leidingexploitant is verantwoordelijk voor het houden van toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. Het toezicht van de gemeente beperkt zich tot het controleren van het naleven van de bepalingen uit de graafvergunning, de verordening, en andere gemeentelijke verordeningen en de Nadere regels.
**13..** De uitvoerder zal hinder en overlast als gevolg van lawaai, stank, modder, stof etc. tot een minimum beperken.
**14..** De uitvoerder zal tijdens en na het uitvoeren van de werkzaamheden de begaanbare trottoir- en wegverhardingen vrij houden van milieuschadelijke- /verontreinigende stoffen.
**15..** Alle materialen, zoals haspels, kabelresten, afzettingen, tijdelijke verkeersmaatregelen, zand en puin, dienen direct na gereedkomen van de werkzaamheden opgeruimd te zijn. Indien dit niet is gebeurd, zullen deze materialen op kosten van de vergunninghouder door de gemeente worden opgeruimd.
**16..** Indien de vergunning door de vergunninghouder niet meer wordt gewenst of is vervallen, is de vergunninghouder verplicht binnen een termijn van zes maanden de krachtens de vergunning gemaakte werken op te ruimen en de voor de aanwezigheid van deze werken bestaande toestand ten genoegen van het college geheel te herstellen zonder enige schadeloosstelling te kunnen vorderen. Bij nalatigheid, zulks ter beoordeling van het college, zullen de herstelwerkzaamheden van gemeentewege geschieden op kosten van de vergunninghouder.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1