In aanvulling op artikel 11 van de verordening wordt het pgb tussentijds beëindigd wanneer:
de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
de budgethouder aan geeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
de budgethouder geen verantwoording af legt;
uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen 3 maanden na accordering door de gemeente geen besteding van het pgb heeft plaatsgevonden. In overleg met de pgb aanvrager vindt beëindiging, of voortzetting naar hulp in natura plaats;
bij verhuizing naar een andere gemeente de verantwoordelijkheid bij een andere gemeente komt te liggen;
bij overlijden de jeugdhulp niet meer wordt verleend;
de budgethouder zijn pgb laat omzetten in ZIN.
Artikel 15.