Naar hoofdinhoud
1.. Om in aanmerking te komen voor een individuele voorziening in de vorm van een pgb dienen jeugdigen of ouders dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan aan te vragen. 2.. Het plan bevat minimaal de volgende onderdelen: Een probleemanalyse waarin wordt aangetoond dat de jeugdigen en/of ouders zich voldoende hebben georiënteerd op een voorziening in natura; De beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning; Waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen; Hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is; De verwachte / gewenste omvang en duur van de ondersteuning; Een begroting 3.. Om na te gaan of de budgethouder op verantwoorde wijze om kan gaan met een pgb worden de volgende beoordelingscriteria gehanteerd: Is de budgethouder in staat de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen? Is de budgethouder goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en kan hij/zij hiermee omgaan? Is de budgethouder in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp? 4.. Het college acht een persoon niet in staat de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren indien bij hem sprake is van een of meerdere van de volgende omstandigheden: problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid. 5.. Onverlet het bepaalde in het vorige lid wordt een vertegenwoordiger alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of geen financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt of jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd.

Rechtspraak bij dit artikel