1. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan de raad door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, verantwoording schuldig voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.
2. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door de raad waarbinnen dit lid functioneert, worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 8:1, van de Algemeen wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 6
Artikel 17
Informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Stadsgewestelijke brandweer Vlissingen-Middelburg 2019.