Het gebruik van elektronische hulpmiddelen zoals smartphone, tablet, iPad en laptop is toegestaan. Indien dit gebruik de vergaderorde verstoort, dient de gebruiker op eerste aanwijzing van de voorzitter het betreffende apparaat uit te schakelen. Indien hieraan geen gehoor wordt gegeven is de voorzitter bevoegd de betrokken persoon en/of het betreffende apparaat uit de vergaderzaal te verwijderen of te doen verwijderen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 4.
Artikel 24b.