Naar hoofdinhoud
Er is sprake van een sociale woonurgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar: Ten gevolge van de huidige huisvestingssituatie een onhoudbare acute woonnoodsituatie is ontstaan, die binnen een half jaar moet worden opgelost; De aanvrager dient aan te tonen dat de sociale problemen direct samenhangen met de huidige woonsituatie en dat hij/zij er alles aan heeft gedaan om de situatie te voorkomen of te verbeteren; Ten gevolge van psychische en/of sociale problemen permanent ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie; De sociale problematiek dient al geruime tijd bekend te zijn bij een op dat gebied werkzame instantie en zij dienen de problematiek te onderschrijven; Van levensbedreiging of levensontwrichting is sprake als het dagelijkse leven zo erg is verstoord dat er sprake is van levensgevaar voor één of meer leden van het gezin. De verstoring gaat dan om geestelijke, emotionele of lichamelijke belasting die niet zelf is op te lossen; Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraag over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de psychische en/of sociale problemen en de woonsituatie. dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvang-, BW- of hulp- en dienstverleningsinstelling in de urgentieregio. Voor deze urgentiecategorie geldt dat: in afwijking van het bepaalde in artikel 21 lid 1 de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de urgentieregio; in afwijking van het bepaalde in artikel 21 lid 4 een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de urgentieregio; het bepaalde in artikel 33 lid 2 onder a, d, h en r niet van toepassing is; woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel