Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 1.

Een uitbreiding van een woning in het voorerfgebied met een erker, mits:

Onderdeel van Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2e van de Wabo

de woning niet is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht; de breedte van de erker maximaal 80% van de breedte van de voorgevel bedraagt; de voorzijde van de erker maximaal 1,5 meter vóór de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw ligt; de afstand van de erker tot de voorste bouwperceelgrens minimaal 2 meter bedraagt; de afstand van de erker tot de zijdelingse bouwperceelgrens minimaal 2 meter bedraagt; deze eis geldt niet indien bij een tot de bouwperceelgrens gebouwde aangrenzende woning – ingeval het aaneengebouwde of halfvrijstaande woningen betreft –een vergelijkbare woningvergroting aanwezig is, dan wel tegelijkertijd wordt gebouwd; de oppervlakte van de erker maximaal 6 m² bedraagt; de goot­- en of nokhoogte van de erker niet hoger is dan de eerste volledige bouwlaag boven het maaiveld maar maximaal 4 meter boven peil.

Rechtspraak bij dit artikel