Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Algemene uitgangspunten

Onderdeel van Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2e van de Wabo

1. . Het algemene uitgangspunt is om initiatiefnemers te faciliteren binnen deze beleidsregels, mits een initiatief: niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening; niet in strijd is met hogere regelgeving dan het bestemmingsplan of de beheersverordening, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening; niet in strijd is met vastgesteld gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in nota’s, visies en verordeningen, dan wel met gemeentelijk beleid dat in voorbereiding is en reeds ter inzage is gelegd; niet in strijd is met de milieuzonering zoals vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering’ dan wel het bestemmingsplan of de beheersverordening; niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; geen afbreuk doet aan cultuurhistorische monumentale, landschappelijke of ecologische waarden; de verkeers-, brand- en sociale veiligheid niet aantast; belangen van derden niet onevenredig schaadt. 2. . De in deze beleidsregels gestelde voorwaarden gelden tenzij anders vermeld cumulatief, dat wil zeggen dat burgemeester en wethouders alleen medewerking verlenen als een aanvraag voldoet aan alle voorwaarden die de desbetreffende beleidsregel stelt. 3. . De voorliggende beleidsregels beperken zich tot de meest voorkomende en verwachte situaties zoals bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Bor. Indien voor een activiteit of bouwwerk, vallend onder artikel 4 van bijlage II van het Bor, geen beleidsregels zijn opgenomen, beslissen burgemeester en wethouders per specifiek geval. Dit met inachtneming van de in het Bor gegeven voorwaarden en de uitsluitingscriteria die onder 1 zijn genoemd. 4. . Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op relevante belangen voorschriften aan een omgevingsvergunning verbinden, bijvoorbeeld met betrekking tot auto- en/of fietsparkeren en de opvang van hemelwater.

Rechtspraak bij dit artikel