Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › HOOFDSTUK 2

Artikel 2.8

Voorliggende voorzieningen (op grond van aanpalende wet- en regelgeving)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorst 2019

Voorliggende voorzieningen zijn voorzieningen op grond van een andere wet. Als deze voorliggende voorziening een passende en toereikende oplossing biedt of de kosten van de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt gaat deze voorliggende voorziening voor op een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij een rollator die in de Zorgverzekeringswet als niet noodzakelijk is aangemerkt. Bij voorliggende voorzieningen kan onder andere gedacht worden aan (niet limitatief): Zorgverzekeringswet: zittend ziekenvervoer, tijdelijk gebruik van hulpmiddelen (krukken, leenrolstoel), behandeling en revalidatie, maar ook persoonlijke verzorging Sociale zekerheidswetgeving: vanuit de UWV en de werkgever kan er aanspraak gedaan worden op hulpmiddelen in de werksituatie en voor vervoer van en naar het werk Verblijfsindicatie op grond van de Wet langdurige zorg UWV: vanuit de UWV en de werkgever kan er aanspraak gedaan worden op hulpmiddelen in de werksituatie en voor vervoer van en naar het werk Kinderopvang: kinderopvang is verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid (kinderopvangtoeslag) Jeugdwet: de jeugdige en/of ouders (of andere wettelijk vertegenwoordiger) kan een beroep doen op voorzieningen voor jeugdhulp, die vrij toegankelijk zijn. Daarbij gaat het om: informatie en advies, toeleiding naar vrij toegankelijke hulp, licht pedagogische hulpverlening, spoedeisende zorg, advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. daarnaast is er niet vrij toegankelijke op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulp. Daarbij gaat het om: individuele voorzieningen op het terrein van cure (interventie) en care (zorg en begeleiding). Deze jeugdhulp kan plaatsvinden op basis van verwijzing door CJG, huisarts, medisch specialist, jeugdarts, rechter en een zogenaamde gecertificeerde instelling. Participatiewet: het uitgangspunt is dat iedereen participeert en dat als werk, voor een persoon of langdurig werkloze (met (arbeids) beperking) al dan niet met behulp van een loonkostensubsidie, of speciaal onderwijs niet mogelijk is, begeleiding groep (dagbesteding) overwogen kan worden. Er moet in elke individuele situatie worden beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Als de cliënt geen gebruik wenst te maken van een voorliggende voorziening, kan dat niet tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening leiden. Of de cliënt dan daadwerkelijk de betreffende voorliggende voorziening zal gaan gebruiken behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel