Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Reiskosten

Onderdeel van Verordening Voorzieningen fracties, raads- en commissieleden 2019

1.. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raadslid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten (in 2024: 0,23 euro per kilometer); de kosten voor het gebruik van taxivervoer wanneer geen openbaar vervoer mogelijk is óf bij extreme weersomstandigheden (code oranje of rood). 2. . De volgende zaken komen niet in aanmerking voor een vergoeding: Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren én reis- en verblijfskosten voor partijbijeenkomsten, inclusief scholing binnen de partij. 3. . Als een raadslid een functionele beperking heeft, kan een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. . De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raadslid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel