**1..** Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raadslid vergoed:
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten (in 2024: 0,23 euro per kilometer);
de kosten voor het gebruik van taxivervoer wanneer geen openbaar vervoer mogelijk is óf bij extreme weersomstandigheden (code oranje of rood).
** 2. .** De volgende zaken komen niet in aanmerking voor een vergoeding: Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren én reis- en verblijfskosten voor partijbijeenkomsten, inclusief scholing binnen de partij.
** 3. .** Als een raadslid een functionele beperking heeft, kan een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
** 4. .** De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raadslid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Hoofdstuk
Artikel 2
Reiskosten
Onderdeel van Verordening Voorzieningen fracties, raads- en commissieleden 2019