Naar hoofdinhoud
1.. Het college benoemt de leden van de commissie voor een periode van vier jaar, met dien verstande dat het lid dat wordt voorgedragen door de corporaties zoals genoemd in artikel 3, lid 1, onder a, wordt benoemd voor twee jaar. 2.. Leden zijn voor eenmaal dezelfde periode herbenoembaar. 3.. Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met de functie van intakemedewerker, belast met het voeren van intakegesprekken en het opstellen van de rapportages die worden voorgelegd aan de commissie. 4.. Het lidmaatschap van de commissie eindigt door: Schriftelijke opzegging aan het college, met een opzegtermijn van twee maanden voorafgaande aan de beëindiging; Overlijden; Het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode; Het verlies van de functie of de kwaliteit uit hoofde waarvan het lidmaatschap van de commissie bestaat; Ontslag door het college. 5.. Het college kan besluiten een (plaatsvervangend) lid van de commissie voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in lid 7 van dit artikel ontslag te verlenen als het betreffende (plaatsvervangende) lid niet naar behoren functioneert. Voordat het besluit genomen wordt, worden zowel het betreffende (plaatsvervangende) lid als de voorzitter in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op het voornemen tot het verlenen van ontslag. 6.. In de vervanging van tussentijds aftredende en ontslagen (plaatsvervangende) leden wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden nadat dit is gemeld voorzien. 7.. De aftredende leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, met uitzondering van de gevallen zoals bedoeld in lid 4 sub b en e.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel