Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 9.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Ameland 2019

1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd de vorige leden weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd het vorige lid kan het college een aanvraag voor subsidie weigeren: a. indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners; b. indien niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. indien de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. indien de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; e. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet; f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 4. De aanvraag voor subsidie vanaf € 4.000,- kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het college van mening is dat het eigen vermogen van dusdanige omvang is dat de subsidie niet (geheel) nodig is. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen. 5. De subsidie kan met inachtneming van de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen worden geweigerd als: a. de aanvrager doelstelling beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, hel algemeen belang of de openbare orde; b. de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard. 6. De aanvrager voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien gebleken is dat: a. de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen ten behoeve van gesubsidieerde activiteiten heeft verkregen; b. de activiteiten voor een eenmalige subsidie behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager. 7. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel