Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening Wet inburgering

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogtste € 1000,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 5.. Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van de WWB, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd, maar een maatregel in het kader van de WWB (artikel 37 WI) op grond van de in de afstemmingsverordening vastgelegde criteria.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel