Naar hoofdinhoud
Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) is voor ons de centrale plek voor inwoners voor vragen over opvoeden en opgroeien. Achter de voordeur van het CJG werken verschillende organisaties samen. Als gemeente coördi- neren en sturen we deze samenwerking zonder dat ouders en kinderen daar last van ervaren. Zij merken wel dat er deskundige mensen werken, die goed samenwerken en elkaar snel weten te vinden bij ingewikkelde vragen. Onze professionals binnen het CJG adviseren en denken mee over de best passende oplossing. Zij hebben kennis van zowel lichte als zwaardere onder- steuning en werken samen met deskundigen vanuit verschillende disciplines binnen en buiten het CJG. Kortom, zij weten de weg en brengen de juiste mensen samen om te komen tot oplossingen. Naast adviseren en meedenken bieden onze professionals vanuit het CJG ook zelf hulp en ondersteuning aan in de vorm van opvoedondersteuning, het organiseren van trainingen, cursussen en themabijeenkomsten en het versterken van netwerken rondom gezinnen. Ook stimuleert en faciliteert het CJG de initiatieven in de wijk die ervoor zorgen dat het prettig opvoeden en opgroeien is in Ede. Want opvoeden doen we samen! Het CJG heeft geen eigen kantoor of gebouw maar werkt daar waar de kin- deren zijn. Dat betekent dat het CJG aanwezig is op de plekken waar jeugd en hun ouders of opvoeders komen: kinderdagverblijven, scholen en in de wijk. Het CJG is een actieve partner in alle wijken en sluit aan bij initiatieven en vragen uit de wijk die gericht zijn op opvoeden en opgroeien. Het CJG reageert snel op de vragen die er leven, of probeert deze vragen liefst voor te zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is Kinderboerderij de Proosdij. Het CJG is daar aanwezig in de vorm van een peuterinloop. Dat is een gratis ontmoe- tingsplek voor ouders/verzorgers en hun kinderen in de leeftijd tot en met 4 jaar. Ook op de scholen zijn we aanwezig met schoolmaatschappelijk werk, jeugdverpleegkundige en het jongerenwerk op school (VO). Daarnaast zijn er ongeorganiseerde vormen van ontmoeting en speelruimte voor kinderen in speeltuinen. Portret: Herkenning Siham (28): ‘Ik ging op aanraden van mijn zusje naar de peuterinloop. Die was een keer geweest en dacht dat het ook leuk zou zijn voor ons. Het is in kinderboerderij de Proosdij, dat is op vijf minuten lopen van huis. Mijn zoontje van vier speelt alleen met zijn zusje van twee en zijn nichtjes en neefjes en hij houdt al het speelgoed altijd voor zichzelf als hij speelt. Het leek me goed als hij met wat andere kinderen zou gaan spelen voor hij naar de kleuterklas zou gaan. Nou en het is heel gezellig hoor! We zijn er lekker even uit en het is nuttig. Elke week zijn er andere activiteiten voor de kinderen. De ene keer is het verven en de an- dere keer knutselen. En de laatste paar keer was er een vrijwilliger van de bibliotheek die in een hoekje boekjes voorlas. De ouders die mee zijn, spelen mee met hun kinderen of zitten thee te drinken aan één van de tafels. Op die tafels staan bakjes met stukjes paprika en stukjes komkommer om gezond eten te promoten. Ook is er een pot met vragen. ‘De kletspot’ heet ie geloof ik. Daar zitten vragen in zoals: ‘Waar lag je de laatste keer wakker om?’ of ‘Wat doe je als je kind ’s nachts huilt?’ Meestal zijn het de verpleegkundigen die de ouders stimuleren om een briefje uit de pot te pakken. Als je gewoon samen zit, zit je toch meer te kletsen over van alles en nog wat, maar het is goed om het ook over opvoeden te hebben. Er is veel herkenning. Dat mijn zoontje van bijna vier al het speelgoed voor zichzelf houdt bijvoorbeeld. Dat hoort blijkbaar bij de leeftijd. Verder is op de inloop elke week een ander thema waar je tips over krijgt en vragen over kunt stellen. Het laatste thema was ‘ontbijten’. Dat gaat bij ons wel goed. Ik heb meer moeite met de zindelijkheid van mijn zoontje en deze (wijst naar haar zoontje op schoot, red.) die de hele tijd bij mij op schoot wil zitten. Daarvan vroegen ze op het consultatiebureau: ‘Vindt u dat een probleem?’ Toen dacht ik: ‘Nou ja, probleem, wat is een probleem? Dat vind ik zo’n groot woord.’ Dus ik zei: ‘Nee’. ‘Nou, dan is het goed,’ zeiden ze toen. Als ouder weet je soms niet zo goed wanneer iets echt een probleem is. Waar moet je het mee vergelijken? Die gesprekjes op de inloop helpen wel om dingen een beetje beter in te kunnen schatten.’

Rechtspraak bij dit artikel