Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Regels over melding en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen

Na aanschaf van de maatwerkvoorziening dient de budgethouder verantwoording af te leggen door de nota/factuur en andere relevante bescheiden in kopie aan de gemeente te overleggen. De budgethouder bewaart de originelen in zijn eigen administratie. Op basis van deze overgelegde bewijsstukken onderzoekt de gemeente vervolgens de besteding van het verleende PGB en/of vindt vaststelling van de hoogte van het PGB plaats. Nieuwe feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot een herziening of het intrekken van een PGB, moeten door de inwoner worden gemeld. Tot maximaal vijf jaar na uitbetaling van het PGB moet de inwoner rekening houden met controle door de gemeente van de besteding van het PGB en moet de inwoner hiervoor van belang zijnde stukken beschikbaar houden. Het Pgb voor een eenmalige voorziening wordt door de inwoner, na aanschaf van of besteding aan de voorziening, maar uiterlijk binnen 3 maanden na toekenning van het PGB aan de gemeente verantwoord. De gemeente kan, achteraf, na afloop van PGB verstrekking of na afloop van een kalenderjaar, het verstrekte PGB door middel van een steekproef controleren. De gemeente moet de verantwoording volledig en voorzien van de benodigde bewijsstukken binnen 6 weken nadat de gemeente hierom schriftelijk heeft verzocht, van inwoner hebben ontvangen. De inwoner mag tot 1 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarover verantwoording moet worden afgelegd, betalingen vanuit het PGB doen die betrekking hebben op het te verantwoorden jaar.

Rechtspraak bij dit artikel