Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

Veiligheid

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Kampen

De zorgaanbieder van een beschermd wonen voorziening in PGB: Heeft een Verklaring Omtrent Gedrag voor Rechtspersonen (VOG RP); Sluit daar waar mogelijk en gewenst aan bij de wensen van de cliënt betreffende het zoveel mogelijk werken met een vaste contactpersoon (vaste contactpersonen) voor de cliënt voor de duur van het traject; Respecteert de rechten van de cliënt en neemt deze in acht; Zorgt voor zo weinig mogelijk verhuisbewegingen voor cliënten, tenzij dit een bewuste keuze is vanuit de doelen die nagestreefd worden bij cliënten; Kan alleen bij zwaarwegende redenen en na maximale inspanning van de zorgaanbieder om deze redenen weg te nemen de ondersteuning aan cliënten eenzijdig beëindigden. Voorbeelden van zwaarwegende redenen kunnen zijn: een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die voortzetting van beschermd wonen ongewenst maakt aangezien de veiligheid van zorgverlener en/of overige cliënten in gevaar is of dreigt te komen; een onherstelbaar verstoorde relatie tussen zorgaanbieder en cliënt; hygiënische omstandigheden die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de zorgverlener en/of de overige cliënten; het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de zorgaanbieder. Daar waar er onder die omstandigheden aanleiding is vanuit de zorgaanbieder om het bieden van de voorziening beschermd wonen vroegtijdig en eenzijdig te beëindigen, draagt de zorgaanbieder vanuit de ‘zorgplicht’ maximaal zorg voor dat de reeds door de zorgaanbieder aangevangen ondersteuning zoveel mogelijk wordt voortgezet totdat de noodzakelijke ondersteuning bij een andere zorgaanbieder wordt geboden; Heeft geen veroordeling, aanwijzing, maatregel of boete opgelegd gekregen van een gemeente of; een door een gemeente aangewezen toezichthouder Wmo of een Inspectie-instelling of een zorgkantoor of een zorgverzekeraar een rechter in de periode van drie jaar voorafgaand aan de startdatum van de inzet van de ondersteuning die van invloed is op de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de geboden ondersteuning.

Rechtspraak bij dit artikel