**1.** De voorzitter zendt – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd – ten minste tien dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijd en plaats van de vergadering.
**2.** De oproepingsbrief vermeldt de voorstellen en onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld.
**3.** Voordat de oproepingsbrief wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering op.
**4.** De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, voor zover daarop geen geheimhouding is gelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.
De raad kan in haar vergadering besluiten de volgorde van behandeling te wijzigen.
**5.** De raad kan bij vaststelling van de agenda in de raadsvergadering, op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, besluiten onderwerpen aan de agenda toe te voegen of daarvan af te voeren.
**6.** De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan.
De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.
**7.** Wanneer een voorstel of onderwerp naar het oordeel van de raad of van een meerderheid van de deelnemers aan een voorbespreking onvoldoende voorbereid wordt geacht, kan de raad besluiten of kan in voorbespreking verzocht worden tot terugzending naar het college om aanvulling. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het voorstel of onderwerp opnieuw geagendeerd wordt.
**8.** Een voorstel van het college aan de raad kan tot vaststelling van de agenda in raadsvergadering door het college worden aangevuld of aangepast, ambtshalve of als een meerderheid van de deelnemers aan de voorbespreking daarom vraagt. Hetgeen bepaald in lid 6 van dit artikel ten aanzien van verzending van voorstellen bij een aanvullende agenda, is van overeenkomstige toepassing
**9.** Bij de voorbespreking is er bij aanvang van het agendapunt ten hoogste een half uur beschikbaar voor derden om in te spreken en daarbij deel te nemen aan de bespreking van het onderwerp .en daarbij een toelichting te geven en vragen te stellen.
**10.** Na vaststelling van de agenda door de gemeenteraad in raadsvergadering, kunnen
daarop vermelde raadsvoorstellen en overige agendastukken slechts met toestemming van de raad door het college ingetrokken worden.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 11