Naar hoofdinhoud
1. Schriftelijke vragen aan het college, als bedoeld in artikel 155, lid 1, van de Gemeentewet, worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Dergelijke vragen worden in beginsel schriftelijk beantwoord. Verwacht de vragensteller een mondeling antwoord wegens urgentie of actualiteit, dan moet hij dat gemotiveerd aangeven. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden direct aan de indiener teruggestuurd. 2. De vragen worden gericht aan de voorzitter, maar bij de griffier ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, de voorzitter, de wethouders, de secretaris en de media worden gebracht. 3. Wanneer om een mondelinge beantwoording wordt gevraagd dan moet de vraag om 09.00 uur van de dag voorafgaande aan de dag van de raadsvergadering bij de griffier zijn ingediend. 4. Aan het verzoek om mondelinge beantwoording wordt alleen voldaan nadat de raad met de aangegeven spoedeisendheid heeft ingestemd. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie weken nadat de vragen zijn binnengekomen. Deze termijn kan met nog een week worden verdaagd, onder de voorwaarde dat de vragensteller daarvan op de hoogte wordt gesteld. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan van het college gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De vragen met de schriftelijke antwoorden worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad, de voorzitter, de wethouders, de secretaris en de media toegezonden. 6. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, indien spoedeisend, in de eerstvolgende en bij mondelinge beantwoording direct bij het punt “Rechten van raadsleden” nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Het bepaalde in artikel 38, lid 7, betreffende het vragen van aanvullende informatie is van dienovereenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel