Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

draagkracht inkomen

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand Midden-Groningen 2019

Het inkomen heeft geen draagkracht indien dit inkomen niet hoger is dan 110% van de voor belanghebbende relevante bijstandsnorm. Van het meerdere inkomen is 100% draagkracht. In afwijking van het voorgaande geldt voor deelname aan de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering voor minima (als bedoeld in artikel 23a van deze beleidsregel) een inkomen van ten hoogste 125% van de bijstandsnorm exclusief vakantiegeld en wordt voor de collectieve verzekering geen rekening gehouden met de kostendelersnorm en zijn voor dit onderdeel het derde en vierde lid niet van toepassing. De vrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid van de wet is van overeenkomstige toepassing voor de bijzondere bijstand met dien verstande dat voor een belanghebbende die een uitkering krachtens de IOAW of IOAZ ontvangt, in plaats van artikel 31 tweede lid onderdelen m, r en y van de wet artikel 8, tweede, vijfde en zevende lid IOAW respectievelijk artikel 8, derde, negende en elfde lid IOAZ van overeenkomstige toepassing zijn. Indien belanghebbende in de Wsnp of Msnp zit voldoet hij of zij aan de draagkrachtnorm inkomen ongeacht het feitelijk inkomen. Indien sprake is van (voor de bijstand) gehuwden waarvan één van hen in de Wsnp of Msnp zit, wordt het inkomen van degene die niet in de Wsnp/Msnp zit afgezet tegen 50% van de relevante bijstandsnorm voor gehuwden. Indien sprake is van executoriaal beslag op het inkomen wordt het deel van het inkomen dat op basis hiervan naar de beslaglegger gaat niet tot het inkomen gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel